Indien bij diagnose reeds chronische fase met hoog risico kenmerken
Start bij voorkeur met een 2e generatie TKI. Kies hierbij voor dasatinib of bosutinib conform het doseringsschema bij standaard risico CML chronische fase. Vermijd nilotinib in verband met het hoge risico op vasculaire bijwerkingen.
Wees extra alert op het BCR::ABL1 beloop: overweeg frequentere BCR::ABL1 controles (bijvoorbeeld 4-6 wekelijks), totdat duidelijk is dat er een goede daling optreedt.
Indien tijdens behandeling chronische fase met hoog risico kenmerken ontstaat
Verricht BCR::ABL1-kinasedomeinmutatieanalyse.
Als een BCR::ABL1-kinasedomeinmutatie wordt aangetoond die gevoelig is voor een niet eerder gegeven TKI: start behandeling hiermee onder strikte respons monitoring met intervallen van 4-6 weken.
Als geen mutatie aantoonbaar is onder imatinib: switch naar 2e generatie TKI (dasatinib of bosutinib).
Als geen mutatie aantoonbaar is onder 2e generatie TKI: switch naar ponatinib 1 dd 45 mg, tenzij enige contra-indicatie: oudere patiënten, patiënten met (hoog risico op) vasculaire complicaties (zoals hypertensie, hypercholesterolemie, roken, familiaire belasting). Start in dat geval asciminib 1 dd 80 mg.
Bij falen van respons binnen 3-6 maanden: verricht een allogene SCT, als patiënt daar kandidaat voor is, binnen 12 maanden na diagnose. Wenselijk in deze situatie is een BCR::ABL1 niveau onder 1% bereiken.
Ga terug naar de CML homepage of lees meer over CML:
- Diagnostiek
- Classificatie
- Risicoclassificatie
- Respons criteria
- Behandeling
- Follow up
- Richtlijnen en literatuur
- Beheer en wijzigingenhistorie
Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen.