Monitoring van behandeling

Laboratoriumonderzoek

Bloed, standaard:

  • Volledig bloedbeeld inclusief microscopische differentiatie*
  • Moleculaire diagnostiek: kwantitatieve PCR BCR-ABL1

Beenmergaspiraat, op indicatie:

  • Cytomorfologie
  • Cytogenetica (bij aanhoudende graad 3-4 hematologische toxiciteit en in geval van falen therapie, met als doel progressie naar acceleratiefase of blastencrisis uit te sluiten)

* In eerste instantie wekelijks, daarna tweewekelijks tot een complete hematologische respons (CHR) is bereikt. Vervolgens elke 3 maanden, waarbij automatische differentiatie volstaat indien er geen verdenking op acceleratie is.

Frequentie kwantitatieve PCR BCR-ABL1

Situatie

Frequentie

Eerste jaar na diagnose

Elke 3 maanden

Na eerste jaar, geen majeure moleculaire respons (MMR) bereikt

Elke 3 maanden

Na eerste jaar, majeure moleculaire respons (MMR) bereikt

Elke 4-6 maanden

Bij respons waarschuwing of slechter

Elke 4-6 weken

Bovenstaande tabel betreft een beknopte samenvatting van het te voeren beleid. Zie Respons criteria voor een volledig overzicht van de respons beoordeling.

Bij verdenking progressie, onbegrepen cytopenie of falen therapie

Bloed:

  • Moleculaire diagnostiek:
    • Kwantitatieve PCR BCR-ABL1
    • BCR-ABL1 puntmutatiebepaling
  • Serumspiegel van TKI

Beenmergaspiraat:

  • Cytogenetica

Acties op basis van respons bepaling

Bij een optimale respons de huidige behandeling voortzetten.

Bij waarschuwing:

  • 4-6 wekelijks kwantitatieve PCR BCR-ABL1 controleren tot optimale respons bereikt is. Wanneer BCR-ABL1 vervolgens stijgt, dit beschouwen als therapie falen
  • Check therapietrouw (serumspiegel TKI), interacties en verricht mutatie-analyse
  • Bij eerstelijnsbehandeling met imatinib:
    • Overweeg ophogen dosering of eventuele switch naar 2e generatie TKI
  • Bij 2e generatie TKI:
    • Overweeg switch naar andere 2e generatie TKI of 3e generatie TKI 

Bij falen:

  • Check therapietrouw (serumspiegel TKI), interacties en verricht mutatie-analyse
  • Ga afhankelijk van uitkomst over op tweedelijn TKI of ponatinib bij T315I mutatie
  • Overweeg allogene SCT bij:
    • Bij transformatie naar acceleratiefase/blastencrisis
    • Slechte respons op ponatinib bij T315I mutatie
    • Bij inadequate respons op alle andere TKI’s

 

Ga terug naar de CML homepage of lees meer over CML:

Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen