Home Behandelprotocollen CML Chronische fase

Studies

Er zijn op dit moment geen studies voor behandeling van CML in de chronische fase.

Behandeling

Het heeft de voorkeur om patiënten zo veel mogelijk in studieverband te behandelen.

Bij onzekerheid over de diagnose CML en/of een indicatie voor vlotte cytoreductie (extreme leukocytose, dreigende leukostase) kan, in afwachting van de resultaten van het cytogenetisch en moleculair onderzoek, gestart worden met hydroxycarbamide. Zie Cytoreductie en overige behandelingen bij CML voor advies over de dosering. Een TKI pas starten als diagnose CML is gesteld.

Eerstelijnsbehandeling

Onafhankelijk van risico-scores: (generiek) imatinib 1 dd 400 mg. 

Bij onvoldoende respons (falen volgens ELN mijlpalen) en/of niet verdragen van imatinib kan behandeld worden met een 2e generatie TKI: nilotinib 2 dd 300 mg, dasatinib 1 dd 100 mg, bosutinib 1 dd 400 mg. Tenzij T315I mutatie, dan starten met ponatinib.

Bij een suboptimale respons kan overwogen worden om bij patiënten met een hoog risico ELTS score om te wisselen naar een tweedelijns TKI. Indien geen hoog risico ELTS score en bij goed verdragen imatinib is ophogen van de dosis tot 600 mg of 800 mg ook een verdedigbare optie.

Ponatinib (3e generatie TKI; 1 dd 45 mg, bij bereiken CCR eventueel naar 1 dd 30 mg, zo nodig bij stabiele en diepe moleculaire remissie naar 1 dd 15 mg) is de aangewezen behandeling bij aanwezigheid van T315I mutatie. Anders alleen inzetten bij falen therapie met de andere TKI’s.

Overweeg uraatsteenprofylaxe zo lang leukocyten >25*109/l: allopurinol 1 dd 300 mg en adequate hydratie (>2000 ml/24 uur).        

CMyLife

Naast adequate behandeling van de CML, dient de patiënt ook te worden verwezen naar het online platform CMyLife.

Op dit platform kunnen patiënten verdere informatie raadplegen over de ziekte, de impact van de ziekte (bijvoorbeeld op sociaal leven, hypotheek, sport etc.) en de behandelrichtlijnen. Er is onder andere een patiëntvriendelijke richtlijn-app beschikbaar om meer inzicht te geven in het ziekteproces. Verder kunnen zij zich eenvoudig aanmelden bij CMyLife om gebruik te maken van een forum met lotgenoten en een eigen dossier aan te maken waarin zij zelf bijwerkingen en BCR-ABL1 uitslagen registreren.

Serumspiegels TKI’s

De serumspiegels voor TKI’s zijn alleen te bepalen bij imatinib, nilotinib en dasatinib. 

Bij het niet behalen van een optimale behandelrespons is een serumspiegel geïndiceerd. 

De streefwaarden voor de serumspiegels zijn:

  • Imatinib: dalspiegel >1000  µg/l
  • Nilotinib: dalspiegel 829 – 1500 µg/l
  • Dasatinib:
    • topspiegel (2 uur na inname): >50 µg/l
    • dalspiegel 1,4-3,4 µg/l  

ABL1 kinase domein mutaties

In ongeveer 50% van de gevallen van TKI resistentie is een mutatie aantoonbaar.

De T315I mutatie is de meest voorkomende BCR-ABL1 kinasedomeinmutatie. Bij een aangetoonde T315I: start met ponatinib, ongeacht de lijn van behandeling. Vervolgens dient eens per 6 weken moleculaire controle plaats te vinden. Overweeg allogene SCT bij inadequate respons.

Klik HIER voor een overzicht van de in-vitro-gevoeligheid van ongemuteerd BCR-ABL en van enkele frequent voorkomende BCR-ABL-kinasedomeinmutaties voor verschillende TKI's. Bron: HOVON CML richtlijn (2018).   

 

Ga terug naar de CML homepage of lees meer over CML:

Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen