Home Behandelprotocollen AML Eerstelijnsbehandeling

Screening op mutaties

Voor het vaststellen van het behandelplan is een snelle screening op de aan­wezigheid van bepaalde mutaties (FLT3, IDH1 en IDH2) noodzakelijk.
 
Kandidaten voor HOVON 150 of HOVON 156
 
Bij patiënten die (mogelijk) in aanmerking komen voor de HOVON 150 of HOVON 156 studie wordt de screening op IDH1, IDH2 en FLT3 mutaties centraal verzorgd. Hier­voor dient er bloed en beenmerg naar het VUmc en het Erasmus MC gestuurd te worden. Dit is alleen mogelijk na informed consent voor AML screening.

Alle patiënten die mogelijk in aanmerking komen voor de HOVON 150 studie Studie:
HOVON AML screening (HEMAML50)
Openbare documenten
 

Afgeschermde documenten

Overleg met de researchverpleegkundige voor afstemming van:

  • Informed consent procedure AML screening
  • Afname en verzending bloed en beenmerg
  • Registratie van de screening

Kandidaten voor intensieve behandeling buiten studieverband
 
Bij patiënten die (mogelijk) in aanmerking komen voor intensieve behandeling buiten studieverband dient er met spoed op FLT3 mutaties gescreend te worden (volgens lokale procedure).
 
Doorlooptijd screening en start behandeling
 
Bij patiënten die (mogelijk) in aanmerking komen voor behandeling in de HOVON 150 of HOVON 156 studie dient de uitslag van de screening afgewacht te worden, alvorens men kan starten met de studiebehandeling. Het gebruik van hydroxyureum is wel toegestaan. Zie tabel in paragraaf 'Fit - Remissie-inductie' voor het te volgen beleid indien niet afgewacht kan worden. 
 
Bij patiënten die extraprotocollair behandeld worden, hoeft de uitslag van de screening niet afgewacht te worden.

Registratie

 
Indien ≥18 jaar, <100 dagen na stellen diagnose en <30% blasten Studie:
EUMDS (HEMEUMDS02)
Openbare documenten
Afgeschermde documenten

Fit - Remissie-inductie

 
Situatie Beleid
IDH1 of IDH2 positief, FLT3 negatief Studie:
HOVON 150 (HEMAML45)
Openbare documenten
Afgeschermde documenten
Extraprotocollair:
Standaardarm HOVON 150 (≤60 of >60 jaar)
FLT3 positief, ongeacht IDH1 / IDH2 status
 
Studie:
HOVON 156 (HEMAML46)
Openbare documenten
Afgeschermde documenten
Extraprotocollair:
Standaardarm HOVON 156 (≤60 of >60 jaar; inclusief midostaurine 2 dd 50 mg, dag 8-21, beide kuren)
IDH1, IDH2 en FLT3 negatief
 
Extraprotocollair:
Standaardarm HOVON 150 (≤60 of >60 jaar)
Mutatiestatus onbekend, indicatie voor snelle start inductie Kandidaat HOVON 150 of 156:
Overweeg overbrugging met hydroxyureum
Extraprotocollair:
Standaardarm HOVON 150 (≤60 of >60 jaar; indien alsnog FLT3 positief: toevoegen midostaurine 2 dd 50 mg, dag 8-21, beide kuren)

Zie Specificatie behandeling en evaluatie AML voor de definiëring van de behandeling met remissie-inductiekuren volgens de standaardarm.

Fit - Consolidatie en onderhoud in studieverband

 
Situatie Beleid
Behandeling in HOVON 150
  • Keuze voor consolidatie conform standaard overwegingen
  • Consolidatie- en onderhouds­behandeling volgens studie­protocol (toe­voeging van ivosidenib, enasidenib of placebo)
Behandeling in HOVON 156
  • Keuze voor consolidatie conform standaard overwegingen
  • Consolidatie- en onderhouds­behandeling volgens studie­protocol (toe­voeging van midostaurine of gilteritinib)
Onderhoud na allogene SCT Studie:
HOVON 145 (HEMAML47)
Afgeschermde documenten

Fit - Consolidatie en onderhoud buiten studieverband <60 jaar

Bij patiënten <60 jaar wordt het beleid voor de consolidatie- en onderhouds­behandeling vastgesteld aan de hand van de risicoclassificatie.  
 
Gunstig risico

Situatie Beleid
FLT3 negatief Indien NPM1 MRD positief: allogene SCT
Opties bij overigen:
  • Autologe SCT
  • Derde kuur (mitoxantrone / etoposide 5 dagen)
FLT3 positief Indien NPM1 MRD positief: allogene SCT
Opties bij overigen:
  • Autologe SCT gevolgd door midostaurine onderhoud (2 dd 50 mg, 12 maanden)
  • Derde kuur (mitoxantrone / etoposide 5 dagen) inclusief midostaurine (2 dd 50 mg, dag 8-21) gevolgd door midostaurine onderhoud (2 dd 50 mg, 12 maanden)

Intermediair risico

Situatie Beleid
FLT3 negatief MRD negatief: autologe SCT
MRD positief: allogene SCT
FLT3-ITD positief (≥0,5) Allogene SCT (ongeacht MRD)
FLT3 positief (overig) MRD negatief: autologe SCT gevolgd door onderhouds­behandeling met midostaurine (2 dd 50 mg, 12 maanden)
MRD positief: allogene SCT

Ongunstig risico

Situatie Beleid
Alle patiënten (FLT3 negatief en positief) Allogene SCT

Fit – Consolidatie en onderhoud buiten studieverband ≥60 jaar

Bij patiënten ≥60 jaar heeft een allogene SCT de voorkeur, ongeacht de risico­classificatie.
 
Aanvullend beleid indien FLT3 positief:

  • Indien allogene SCT: nog geen standaard indicatie voor midostaurine onderhoud, in individuele gevallen te overwegen
  • Indien autologe SCT: midostaurine onderhoud (2 dd 50 mg, 12 maanden)
  • Indien derde kuur (mitoxantrone / etoposide 3 dagen): toevoegen midostaurine (2 dd 50 mg, dag 8-21) gevolgd door midostaurine onderhoud (2 dd 50 mg, 12 maanden)

Niet fit (of voorkeur patiënt)

 
Situatie Beleid
Alle patiënten Studie:
HOVON 155 (REGIO)
Openbare documenten
Afgeschermde documenten
Opties buiten studieverband:
  • Hypomethylerend agens (decitabine 5-10 dagen of azacitidine)
  • 'Best supportive care'

Zie Specificatie behandeling en evaluatie AML voor de definiëring van de behandeling met azacitidine, decitabine en decitabine plus venetoclax.

Studies gesloten voor inclusie

 



Ga terug naar de AML homepage of lees meer over AML:

Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen