Home Behandelprotocollen CML Stoppen met TKIs

Studie
 

Voorwaarden

Als buiten studieverband overwogen wordt om te stoppen met de TKI behandeling, dan dient volgens de CML richtlijn commissie voldaan te worden aan de volgende voorwaarden:

  • De CML was bij diagnose in chronische fase
  • Bekend e13-a2 of 14-a2 breekpunt, kwantificeerbaar op de internationale schaal
  • De behandeling is nooit veranderd vanwege een gebrek aan respons. Verandering wegens intolerantie is wel toegestaan
  • De ziekte is tenminste 3, maar bij voorkeur 6 jaar behandeld met een TKI
  • De ziekte is in MR4 (BCR-ABL1 <0,01%) gedurende tenminste 1, maar bij voorkeur 3 jaar
  • Het BCR-ABL1 niveau is in het laatste jaar voor staken tenminste 4 maal gemeten.

Digitale druppel PCR test (ddPCR)

De BCR-ABL1 waarde gemeten met standaard RQ-PCR bij stoppen blijkt niet voor­spellend te zijn. Meerdere stopstudies tonen wel een prognostische waarde van de digitale druppel PCR (ddPCR) op BCR-ABL1 aan.

Ondersteund door een ZonMW-subsidie, biedt het Erasmus MC de ddPCR aan. Patiënten met CML die in aanmerking komen voor een stoppoging en voldoen aan de minimale criteria van de CML richtlijn komen hiervoor in aanmerking.

Zie studiepagina ddPCR (HEMCML32) voor meer informatie en aanvraagprocedure.

Overige overwegingen

Bij het vaststellen van het moment van staken dient overwogen te worden dat de kans op succes toeneemt met elk jaar dat langer behandeld is. Bij de keuze van het optimale moment om te stoppen kunnen de ernst van de bijwerkingen en een eventuele zwangerschapswens worden meegenomen.

De CML richtlijn commissie beveelt aan patiënten vooraf te informeren over het “TKI-onthoudingssyndroom”.

Monitoring

De CML richtlijn commissie adviseert het stoppen van de TKI behandeling intensief te monitoren met behulp van kwantitatieve PCR van BCR-ABL1:

  • Eerste half jaar elke 4 weken
  • Tweede half jaar elke 6 weken
  • Na een jaar elke 3 maanden  

De uitslag van de BCR-ABL1 waarde dient binnen 2 weken na afname beschikbaar te zijn.

Het hervatten van de behandeling is geïndiceerd bij een verlies van MMR, dat wil zeggen een stijging van het BCR-ABL1 signaal tot >0,1% op de internationale schaal. Hierbij kan voor de oorspronkelijke TKI gekozen worden, ofwel een andere TKI in het geval van eerdere toxiciteit. Na hervatting van de TKI behandeling dienen de BCR-ABL1 controles minimaal driemaandelijks uitgevoerd te worden tot dat een MMR bereikt is, waarna de controle-intervallen verlengd kunnen worden tot 4-6 maanden. 

Tweede stoppoging

De CML richtlijn commissie adviseert om patiënten die na staken terugvallen enkel binnen studieverband een tweede stoppoging te laten ondernemen. Buiten studie­verband is er vooralsnog geen plaats voor een tweede stoppoging.

 

Ga terug naar de CML homepage of lees meer over CML:

Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen