Trombose risico op basis van de IPSET criteria
Parameters:
- Leeftijd >60 jaar (1 punt)
- Cardiovasculaire risicofactoren (1 punt)
- Eerdere trombo-embolische complicaties (2 punten)
- JAK2 V617F mutatie (2 punten)
| Risico | Score |
|---|---|
| Laag | 0-1 |
| Intermediair | 2 |
| Hoog | ≥3 |
Toelichting
Patiënten met ET hebben een verhoogd risico op het optreden van trombo-embolische complicaties, veroorzaakt door meerdere factoren. Dit kan ingeschat worden met de IPSET criteria, waarbij ook de klassieke cardiovasculaire risicofactoren zoals roken, hypertensie, hypercholesterolemie en diabetes mellitus worden meegewogen. Deze risico inschatting is met name behulpzaam indien er een afweging gemaakt moet worden tussen wel of niet starten van trombocytenaggregatieremming bij laag risico patiënten.
Aangezien het trombose risico met de leeftijd toeneemt, wordt geadviseerd alle patiënten ouder dan 60 jaar, ongeacht de IPSET score, te behandelen met trombocytenaggregatieremming en cytoreductieve therapie.
Stadiëring
Bij ET worden geen stadia onderscheiden, maar er is wel een onderscheid te maken in risico op het ontwikkelen van een post-ET prefibrotische myelofibrose, post-ET myelofibrose of post-ET myelofibrose met blastaire transformatie. De diagnostische criteria voor deze stadia staan beschreven in de WHO classificatie 2022. Zie richtlijn myelofibrose voor de onderbouwing van de diagnostische criteria voor post-ET myelofibrose.
Ga terug naar de ET homepage of lees meer over ET:
- Inleiding
- Diagnostiek
- Classificatie
- Behandeling
- Follow up
- Richtlijnen en literatuur
- Beheer en wijzigingenhistorie
Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen.