Diagnostiek naar PNH dient verricht te worden bij één van de volgende verschijnselen:
  • Intermitterend donker verkleurde urine en chronische hemolyse
  • Coombs-negatieve hemolyse of onverklaarde chronische hemolyse
  • IJzergebreksanemie met tekenen van hemolyse
  • Specifieke trombose:
    • Arteriële of veneuze trombose op ongebruikelijke plaats
    • Trombose met tekenen van hemolyse
    • Trombose met een onverklaarde cytopenie
    • Trombose tijdens adequaat ingestelde antistolling
  • Aplastische anemie
  • Hypoplastisch myelodysplastisch syndroom of ‘refractory cytopenia of childhood’
  • Wanneer twee of meer van de volgende onverklaarde klachten aanwezig zijn, met name bij tekenen van hemolyse:
    • Buikpijn
    • Moeheid
    • Dysfagie
    • Erectiestoornissen
  • Onverklaarde persisterende trombopenie
Diagnostiek naar PNH dient overwogen te worden bij de volgende verschijnselen:
  • Overige onverklaarde persisterende cytopenieën
  • Pre-eclampsie
  • Myelodysplastisch syndroom (MDS)
  • Myeloproliferatief neoplasma (MPN)

Ga terug naar de PNH homepage of lees meer over PNH: Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen.