Indicaties

Algemeen

Transfundeer een patiënt bij een Hb <4,5 mmol/L en/of symptomatologie van een anemie.

Specifiek

Kenmerk Hb trigger
Alle patiënten <4,5 mmol/l
MEWS ≥6 in de context van hyperinflammatie / SIRS <5,0 mmol/l
Pulmonale co-morbiditeit: COPD Gold III-IV en/of emfyseem <5,0 mmol/l
Cardiale co-morbiditeit: actuele cardiale ischemie, voorgeschiedenis (non-)ischemische cardiomyopathie <5,0 mmol/l
DIS en actieve bloeding* <5,0 mmol/l

* Zie protocol DIS - Behandeling.

Dosis

Transfundeer in principe 1 eenheid erytrocyten per keer. 

Indien twijfel over of het Hb hiermee boven de Hb trigger zal stijgen: bepaal een post-transfusie Hb en geef daarop eventueel een tweede eenheid.  

Indien evident dat het Hb niet met 1 eenheid boven de Hb trigger zal stijgen: direct 2 eenheden geven (bijvoorbeeld groot bloedvolume, eerder matige stijging Hb op erytrocyten­transfusies).

Achtergrondinformatie

Diverse gerandomiseerde studies hebben laten zien dat IC-patiënten, cardio­thora­caal chirurgische patiënten, patiënten met een orthopedisch trauma en patiënten met een septische shock of een hoge gastro-intestinale bloeding niet profiteren van een bloed­transfusie bij een Hb >4,5 mmol/l. Meerdere van deze studies werden uitgevoerd bij een gemiddeld oudere patiënten­populatie (>70 jaar). 

Daarnaast hebben meerdere observationele studies, specifiek verricht binnen de hemato-oncologische patiënten­populatie, waaronder een Radboudumc cohort, laten zien dat een restrictief transfusie­beleid geassocieerd is met een sterke reductie van bloed­verbruik zonder een verhoogde incidentie van mortaliteit, opnameduur en bloedings­risico. Voor zover in de diverse studies meegenomen, zijn er geen aanwijzing­en voor een negatief effect op welbevinden (QoL) van de klinisch opgenomen patiënt. 

Voor chronisch transfusieafhankelijke (poliklinische!) patiënten met MDS-gerelateerd beenmergfalen zijn er beperkte aanwijzingen dat een liberaal transfusiebeleid (t.g.v een hogere Hb-trigger of een groter transfusievolume) leidt tot een beter subjectief welbe­vinden in vergelijking met een restrictief transfusiebeleid. Daar staan de (korte en lange termijn) risico’s van bloedtransfusies, inclusief de prognostisch ongunstige lange termijn effecten van transfusie-gemedieerde ijzerstapeling, de belasting voor de patiënt en de zorginstelling, en de kosten van een bloed­trans­fusie tegenover. Deze argumenten dienen samen met de patiënt gewogen te worden in de besluit­vorming voor een individuele transfusie­strategie. 

Ook voor de patiëntencategorie met een acuut doormakend acuut coronair syndroom vonden twee recente gerandomiseerde studies geen (overlevings)voordeel van een meer liberaal transfusie­beleid (Hb trigger 5,0-6,2 mmol/l) in vergelijking met een restrictief beleid (Hb trigger 4.3-5.0 mmol/l). Het ontbreekt aan bewijs­voering over de uitkomsten van een restrictief versus liberaal transfusie­beleid voor patiënten met onder­liggende stabiele (non-)ischemische cardio­myopathie. In navolging van de FMS richtlijn bloedtransfusie 2020 (in revisie) wordt in dit protocol veiligheids­halve dezelfde trigger en streefwaarden aangehouden als voor patiënten met acute (doormakende) cardiale ischemie. 

Eén eenheid erytrocyten zal het Hb gemiddeld met 0,5-0,7 mmol/l doen stijgen. Dit getal kent echter een grote spreiding, gerelateerd aan donor en ontvanger kenmerken.

 

Ga terug naar de Transfusieprotocol homepage of lees meer over dit onderwerp:

Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen.