Wat houdt een ruggenprik in?


Bij een ruggenprik (lumbaalpunctie) wordt door een neuroloog een kleine hoeveelheid liquor (hersenvocht) afgenomen. Liquor is het vocht wat de hersenen en het ruggen­merg omspoelt. Dit vocht wordt vervolgens in het laboratorium onderzocht.

Beloop van een ruggenprik


Bij een ruggenprik ligt de patiënt meestal op de zij of zit rechtop. De patiënt wordt gevraagd om de rug zo bol mogelijk te maken, de knieën zo ver mogelijk op te trekken en het hoofd naar of tussen de knieën te brengen.
 
Er wordt geprikt in het onderste gedeelte van de rug. De neuroloog tast de wervel­kolom af en maakt de huid op de ‘prikplaats’ schoon. Vervolgens wordt een dunne naald precies tussen de wervels ingebracht tot in de holte met liquor, waarna dit vocht wordt afgenomen.
 
Op de plaats van de prik zit geen ruggenmerg en de aanwezige zenuwvezels zijn ruim omgeven door vocht. Hierdoor kan de ruggenprik zonder risico uitgevoerd worden. De prik door de huid is wat pijnlijk. Maar door de goede houding aan te nemen en te ontspannen, wordt de kans vergroot dat de naald meteen goed zit. Het wegnemen van het vocht zelf is pijnloos.

Na de ruggenprik 


Nadat de naald verwijderd is, wordt er een pleister op de prikplaats geplakt. Vervolgens dient de patiënt 30 minuten tot 1 uur op de rug te blijven liggen. Nadat deze tijd verstreken is, mag iemand weer langzaam overeind komen. Bij sommige mensen kunnen er, tot twee weken na de ruggenprik, klachten optreden van hoofdpijn en/of misselijk­heid. De patiënt krijgt instructies mee over hoe hier mee om te gaan.
 
Het wordt afgeraden om na het onderzoek zelf auto te rijden of met het openbaar vervoer te reizen. Tevens wordt zware inspanning afgeraden op de dag van het onderzoek.