Wat houdt een PET-CT-scan in?


Een PET-CT-scan is een gecombineerd onderzoek. PET staat voor Positron Emissie Tomografie. CT staat voor Computer Tomografie.
 
Voor de PET-scan wordt een radioactieve stof gebruikt, die via een bloedvat (intra­veneus) wordt toegediend. Voor de CT-scan wordt röntgen­straling gebruikt. De scans worden na elkaar gemaakt.
 
Met een CT-scan kan de vorm van organen, weefsels en structuren gedetailleerd in beeld gebracht worden. Met een PET-CT-scan kunnen zowel bepaalde kwaad­aardige processen als ontstekings­processen in weefsels en organen bekeken worden. Dit wordt gedaan door radioactief suiker te gebruiken. Als een cel wil delen, dan is daar energie voor nodig. Een energiebron is suiker. Tumor- en ontstekings­cellen gebruiken ten opzichte van andere cellen veel meer energie en dus ook veel meer suiker, om sneller te kunnen groeien.
 
Door radioactief suiker ([18F]fluorodeoxyglucose of [18F]FDGgenoemd) te gebruiken kan het suikerverbruik goed in beeld worden gebracht. Omdat de suikerbehoeften verschil­lend zijn, kan er onderscheid gemaakt worden tussen normaal energie behoevende cellen en tumorcellen of ontstekings­reacties. 

Beloop van een PET-CT-scan


Voorafgaand aan de PET-CT-scan mag de patiënt een aantal uren niet eten. Voor het onderzoek wordt een infuus ingebracht. Nadat de bloedsuiker is gemeten, wordt via het infuus een kleine hoeveelheid radioactief suiker toegediend. Vervolgens wordt de patiënt gevraagd om een bepaalde tijd (meestal 40-60 minuten) zo stil mogelijk te blijven liggen en niet te praten. Daarna wordt de patiënt gevraagd naar het toilet te gaan, waarna de PET-CT-scan gemaakt kan worden.
 
Tijdens de PET-CT-scan ligt de patiënt op een onderzoeks­tafel die in stappen door de scanner wordt geschoven. Er worden dan opnames gemaakt van het lichaam.
 
Omdat er tijdens dit onderzoek maar een minimale hoeveelheid radioactief suiker wordt gebruikt, is er sprake van heel weinig straling. Dit onderzoek heeft dan ook geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid.