Eerstelijnsbehandeling

Graad I (huid stadium 1-2)

  • Topicale corticosteroïden: triamcinolon 0,1%, crème 2 dd op aangedane huid
  • Psoraleen en UV-A (PUVA) of UV-B  
  • In geval zeer snel progressief klinisch beeld: overweeg prednisolon 1 mg/kg i.v. of oraal

Graad II o.b.v. geïsoleerde en niet snel progressieve huid GvHD stadium 3

  • Prednisolon 1 mg/kg i.v. of oraal
  • Bij onvoldoende effect: zie graad II-IV 

Graad II o.b.v. bovenste tractus digestivus GvHD stadium 1 (zonder betrokkenheid onderste tractus digestivus of lever)

  • Prednisolon 1 mg/kg i.v. of oraal voor 10 dagen. Bij effect na 10 dagen afbouw prednisolon in 2-3 weken
  • Bij onvoldoende effect: zie graad II-IV 

Graad II-IV (zie uitzonderingen hierboven)

  • Prednisolon 2 mg/kg i.v., eventueel later oraal
  • Ciclosporine / tacrolimus: beleid hangt af van type van en fase na allogene SCT (bij voorkeur overleg met SCT arts of bespreken in MDO, zeker bij haploïdentieke donor):
    • Flu-TBI schema's:
      • Vroege fase (tot dag 100): continueren huidige dosis 
      • Tijdens taper fase of indien reeds gestopt: dosis naar of herstarten op 2 dd 100 mg oraal (of equivalent intraveneus), als alternatief,  bijvoorbeeld bij nierfunctie­stoornissen of TMA, start mycofenolaat mofetil 2 dd 1000 mg
    • Post-transplantatie cyclofosfamide (o.a. Flu-Bu en TBI-gebaseerd):
      • Vroege fase (tot 90 dagen): continueren huidige dosis
      • Indien reeds gestopt: niet standaard hervatten calcineurine­remmers
  • Stop mycofenolaat mofetil (alleen van toepassing in context Flu-TBI)

Bij GI-GvHD opstarten van antimicrobiële profylaxe:

  • Dekking gram-negatieve darmbacteriën (bijvoorbeeld ciprofloxacin of ceftazidime)
  • Antifungale profylaxe met in de vroege fase voorkeur voor echinocandine (bijvoorbeeld micafungin) en later posaconazol 

Respons evaluatie

  • Evalueer klinische parameters en stadieer opnieuw conform Harris et al. Zie Respons criteria acute GvHD en Stadiëring en gradering acute GvHD
  • Bevestig of persisterende symptomen samenhangen met de GvHD en of er geen andere oorzaken doorheen zijn gaan spleen. Herhaal eventueel biopsieën of aanvullend onderzoek

Definitie corticosteroïd refractaire acute GvHD (SR-aGvHD)

  • Progressie acute GvHD na 3 dagen therapie of
  • Niet bereiken van een PR na 7 dagen (inschatting maken op dag 5) of
  • 'Rebound' tijdens afbouw corticosteroïden 

Definitie ruxolitinib refractaire acute GvHD (SR-aGvHD)

  • Progressie acute GVHD na 5 dagen therapie, gebaseerd op een objectieve toename in stadium, graad en of een nieuwe orgaandeelname en of verslechtering van stadium 4-aantasting# in welk orgaan dan ook of
  • Niet bereiken van een PR na ten minste 7 dagen behandeling met ruxolitinib voor hoog-risico patiënten* en 14 dagen voor standaard-risico patiënten of
  • Verlies van respons, gedefinieerd als objectieve verslechtering vastgesteld door een toename in stadium, graad of nieuwe orgaandeelname op elk moment na de initiële verbetering

# Definitie van verslechtering van stadium 4 acute GVHD:

  • Darm: ernstige buikpijn, ileus en/of bloed bij de ontlasting
  • Huid: 30% toename van blaarvorming en/of vervelling (desquamatie) van de huid
  • Lever: 30% toename van bilirubine, bevestigd op 2 opeenvolgende dagen

* Definitie hoog-risico patiënten:

  • Stadium 3-4 acute GVHD van de darm en/of stadium 4 huid en/of stadium 4 lever en/of
  • Lage algemene conditie (WHO-performance 3-4) en/of
  • Verslechterde voedingstoestand, gedefinieerd als onbedoeld gewichtsverlies van >5% binnen 1 maand en/of ernstige hypoalbuminemie (<20 g/l)

Tweede- en derdelijnsbehandeling 

Geïsoleerde acute GvHD huid graad II

  • Lichttherapie, indien nog niet geprobeerd  

Refractaire acute GvHD (SR-aGvHD) graad II-IV

  • Ruxolitinib 2 dd 10 mg

Optioneel, indien reeds gestopt met calcineurine­remmers, toevoegen van:

  • Ciclosporine 2 dd 100 mg / tacrolimus 2 dd 1 mg (of equivalent intraveneus) of
  • Mycofenolaat mofetil 2 dd 1000 mg

Refractaire acute GvHD graad II-IV, derdelijnsbehandeling

  • Ruxolitinib 2 dd 10 mg (indien nog niet eerder gegeven)
  • ATG 1 à 2 giften 2 mg/kg i.v.

Optioneel, indien reeds gestopt met calcineurine­remmers, ter corticosteroïd sparing, toevoegen van:

  • Ciclosporine 2 dd 100 mg / tacrolimus 2 dd 1 mg (of equivalent intraveneus) of
  • Mycofenolaat mofetil 2 dd 1000 mg

Taperen van prednisolon bij respons

 

Ga terug naar de homepage Graft versus host disease.

Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen