Home Behandelprotocollen DIS Diagnostiek en follow up

Laboratoriumonderzoek

Bloed

Standaard:

  • Trombocyten
  • Hemostase: APTT, PT, fibrinogeen, d-dimeer

Bovenstaande parameters worden zowel bij diagnostiek als follow up van DIS bepaald.

DIS-score

   

Parameter Waarde Score
Trombocyten (*109/l) >100 0
<100 1
<50 2
D-dimeer (ng/ml) <500 0
≥500 - <2500 2
≥2500 3
PT (seconden) <18 (<3 verlengd) 0
≥18 - <21 (≥3 en <6 verlengd) 1
≥21 (≥6 verlengd) 2
Fibrinogeen (g/l) >1,0 g/l 0
≤1,0 g/l 1

Een DIS is zeer aannemelijk bij een DIS-score ≥5.

Follow up

Bij een sterke verdenking op DIS is het raadzaam de parameters elke paar uur te herhalen, onafhankelijk van de hoogte van de DIS-score.

Bij een actief bloedende patiënt en bij interventies is het advies de parameters tenminste elk uur te herhalen. Zodra onder suppletie (van trombocyten, plasma, fibrinogeen) een stabiele situatie is ontstaan kan dit verminderd worden naar elke 2 uur.

Bij een stabiele patiënt is het advies om de parameters elke 4 tot 6 uur te herhalen.

 

Ga terug naar de DIS homepage of lees meer over DIS:

Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen.