Home Behandelprotocollen Vaccinatieprotocol Vaccinatie bij hemoglobinopathie

Indicaties

  • Sikkelcelziekte met de genotypen HbSS, HbSβ0 en HbSC
  • Alfa- en beta-thalassemie, alleen indien in het verleden splenectomie heeft plaatsgevonden

Aanbevolen beleid

  • Alle vaccinaties via het rijks­vaccinatie­programma, waaronder:
    • Haemophilus influenza type B (eenmalig)
    • Meningococcen ACWY* (eenmalig, indien <24 jaar eenmalig re-vaccinatie na 3 tot 5 jaar)
  • Pneumococcen 13-valent (eenmalig, 2 maanden voor 23-valent vaccin)
  • Pneumococcen 23-valent (minimaal 2 maanden na 13-valent vaccin, daarna elke 5 jaar herhalen)
  • Meningococcen B* (1+1 schema, in geval van Bexsero: booster 2 tot 6 maanden na de eerste vaccinatie)
  • Influenza (jaarlijks)
  • SARS-CoV-2# (conform beleid RIVM)

Indien onduidelijk welke vaccinaties op kinderleeftijd zijn gegeven:

  • Start met:
    • Pneumococcen 13-valent (eenmalig)
    • Haemophilus influenza B (eenmalig)
    • Meningococcen ACWY* (eenmalig, indien <24 jaar eenmalige re-vaccinatie na 3 tot 5 jaar)
    • Meningococcen B*
  • Vervolgens:
    • Pneumococcen 23-valent (minimaal 2 maanden na 13-valent vaccin, daarna elke 5 jaar herhalen)
    • Meningococcen B* booster (in geval van Bexsero: booster 2 tot 6 maanden na de eerste vaccinatie)
    • Influenza (jaarlijks)
    • SARS-CoV-2# (conform beleid RIVM)

* Menveo en Bexsero mogen niet samen gegeven worden.
Gedurende 7 dagen voor en na de SARS-CoV-2 vaccinatie mogen geen andere vaccinaties gegeven worden.

Zie pagina (Electieve) splenectomie voor het aanbevolen vaccinatie- en antibioticabeleid rondom en na een splenectomie (vanwege miltsequestratie).

 

Ga terug naar de homepage Vaccinatieprotocol.

Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen