Inleiding

Bij (functionele) asplenie is er een verhoogd risico op ernstige infecties met mogelijk dodelijke afloop. Denk hierbij aan:

  • Infecties veroorzaakt door gekapselde bacteriën
  • Infecties na honden- en kattenbeten
  • Malaria
  • Babesiosis

Bij (functionele) asplenie is de filter­functie van de milt afwezig. De lever neemt deze functie gedeeltelijk over, maar kan alleen filteren indien micro-organismen zijn beladen met antistoffen. Om de antistof­vorming te bevorderen is vaccinatie nodig.

Aanbevolen vaccinatiebeleid

  • Pneumococcen 13-valent (eenmalig, 2 maanden voor 23-valent vaccin)
  • Pneumococcen 23-valent (minimaal 2 maanden na 13-valent vaccin, daarna elke 5 jaar herhalen)
  • Haemophilus influenza B (eenmalig)
  • Meningococcen ACWY* (eenmalig, indien <24 jaar eenmalig re-vaccinatie na 3 tot 5 jaar)
  • Meningococcen B* (1+1 schema, in geval van Bexsero: booster 2 tot 6 maanden na de eerste vaccinatie)
  • Influenza (jaarlijks)
  • SARS-CoV-2# (conform beleid RIVM)

* Menveo en Bexsero mogen niet samen gegeven worden.
Gedurende 7 dagen voor en na de SARS-CoV-2 vaccinatie mogen geen andere vaccinaties gegeven worden.

Timing

Indien mogelijk het volledige vaccinatie­schema minimaal 2 weken vóór de ingreep afronden. Eventueel kan de pneumo­coccen 23-valent vaccinatie minimaal 2 weken na de ingreep, met een interval van minimaal 2 maanden na de pneumo­coccen 13-valent vaccinatie gegeven worden.

Indien vaccineren voor de ingreep niet mogelijk is, dan pas minimaal 2 weken na de ingreep starten met de reeks vaccinaties.

Aandachtspunten

Patiënten die (recent) behandeld zijn met rituximab hebben onvoldoende respons op vaccinatie. Overweeg de vaccinaties te herhalen na herstel van de B-cel functie.

Aanbevolen antibioticabeleid na splenectomie

Profylaxe

Na de miltextirpatie is er bij volwassenen gedurende 2 jaar een indicatie voor antibiotica profylaxe. 

  • Feneticilline 2 dd 250 mg of 1 dd 500 mg
  • Bij overgevoeligheid voor penicilline:
    • Azitromycine 3 keer per week 250 mg
    • Claritromycine 1 dd 500 mg

Bij koorts en infectie (ongeacht gebruik profylaxe)

Bij koorts en infectie dient bij een (functionele) asplenie direct (<1 uur) gestart te worden met antibiotica. De patiënt dient dus altijd een gift antibiotica bij zich te hebben.  

  • Amoxicilline/clavulaanzuur 3 dd 500/125 mg
  • Bij overgevoeligheid voor penicilline:
    • Claritromycine 2 dd 500 mg

Bij een dierenbeet

Bij een dierenbeet dient de wond gereinigd en zo snel mogelijk door een arts beoordeeld te worden. Er dient direct gestart te worden met antibiotica

  • Amoxicilline/clavulaanzuur 3 dd 500/125 mg gedurende 7 dagen
  • Bij overgevoeligheid voor penicilline:
    • Clindamycine 3 dd 600 mg + ciprofloxacine 2 dd 500 mg gedurende 5 dagen

Verre reizen

Bij het maken van verre reizen is het advies om voor zowel het antibiotica- als het vaccinatiebeleid contact op te nemen met een deskundige instantie, zoals een reis- en vaccinatiepoli of een travel clinic.

 

Ga terug naar de homepage Vaccinatieprotocol.

Ga terug naar de algemene homepage Behandelprotocollen