Screening bij en tijdens opname

Verpleegafdeling hematologie

Verpleegafdeling hematologie heeft de beschikking over 28 bedden verdeeld over 12 éénpersoons- en 8 tweepersoonskamers. Om het verkeer te beperken is de afdeling toegankelijk via een sluisdeur. Verder is elke kamer voorzien van een sluismechanisme en ook uitgerust met een HEPA-luchtfiltratiesysteem met een positieve druk (beschermende isolatie).

Uitzondering op bovenstaande is kamer 22, welke gereserveerd is voor patiënten die besmet of geïnfecteerd zijn met een MRSA of Mycobacterium tuberculosis.

Screening bij opname

Doelgroep:

  • Patiënten met een verhoogd risico op infecties (bijv. ernstige GVHD)
  • Patiënten die behandeld worden met:
    • Intensieve chemotherapie voor AML, MDS of ALL waarvan de verwachting is dat zij gedurende tenminste 7 dagen neutropeen (granulocyten <0,5*109/l) zijn
    • Decitabine voor AML  
    • Autologe of allogene SCT
    • Overigen: bijvoorbeeld (R-)MBVP

Doel:

  • Dragers van Staphylococcus aureus, Gram-negatieve staven en Candida species herkennen en behandelen
  • Aangaande Gram-negatieve staven: ESBL/BRMO vaststelling
  • Opname kolonisatiekweken: Gram-negatieven typeren inclusief gevoeligheidsbepaling om profylaxe doeltreffender te maken

Methode:

  • Uitstrijken van de neusholtes, oksels en liezen
  • Mond-keelspoeling
  • Rectale wattenstaaf

Screening tijdens opname

Screening tijdens opname vindt twee keer per week plaats op maandag en donderdag.

Doelgroep:

  • Patiënten met een verhoogd risico op infecties
  • Patiënten die behandeld worden met:
    • Intensieve chemotherapie voor AML, MDS of ALL waarvan de verwachting is dat zij gedurende tenminste 7 dagen neutropeen (granulocyten <0,5*109/l) zijn.
    • Decitabine voor AML
    • Autologe of allogene SCT
    • Overigen: bijvoorbeeld (R-)MBVP

Doel:

  • Dragers van Gram-negatieve staven en Candida species herkennen en behandelen
  • Aangaande Gram-negatieve staven: ESBL/BRMO vaststelling
  • Opname kolonisatiekweken: Gram-negatieven typeren inclusief gevoeligheidsbepaling om profylaxe doeltreffender te maken

Methode:

  • Mond-keelspoeling
  • Rectale wattenstaaf
  • Indien CVC (10 ml bloed uit twee lumina; aerobe fles)
  • Aspergillus antigeen (niet geïndiceerd bij autologe SCT)

Monitoren CMV en EBV (PCR)

PCR van CMV en EBV wordt standaard 1 keer per week ingezet. 

CMV monitoring

Monitoring is niet nodig als patiënt en donor beiden een CMV negatieve serologische status hebben.

Situatie 3 maanden CMV monitoring 6 maanden CMV monitoring
Autologe SCT met cyclo / ATG + -
Autologe SCT Soussain + -
Allogene SCT FLAMSA-RIC - +
Allogene SCT RIC - +
Allogene SCT NMA + -
Allogene SCT NMA (indien ATG) - +
Allogene SCT ptCy (inclusief haplo) - +
CAR-T-celtherapie* + -
Alemtuzumab bij CLL en T-PLL - +
Idelalisib + -

* Alleen indien CRS is opgetreden en dexamethason werd gestart.

Bij GvHD waarvoor immuunsuppressieve therapie ook CMV monitoring tijdens behandeling.

EBV monitoring

Situatie 3 maanden EBV monitoring 6 maanden EBV monitoring
Autologe SCT met cyclo / ATG + -
Autologe SCT Soussain - -
Allogene SCT FLAMSA-RIC - +
Allogene SCT RIC - +
Allogene SCT NMA - -
Allogene SCT NMA (indien ATG) - +
Allogene SCT ptCy (inclusief haplo) - +

Bij GvHD waarvoor immuunsuppressieve therapie ook EBV monitoring tijdens behandeling. 

Diagnostiek

Bloedkweken

Bij koorts:  

  • Twee keer 20 ml bloed perifeer (aerobe en anaerobe flessen) én 10 ml bloed uit twee lumina van de CVC (aerobe fles)

Op dag 4 van empirische therapie:

  •  Twee keer 20 ml bloed perifeer (aerobe en anaerobe flessen) én 10 ml bloed uit alle lumina van de CVC (aerobe fles)

Broncho-alveolair lavaat (BAL)

Inzetten op basis van CT scan (HRCT/low dose CT) bij verdenking op een opportunistische infectie zoals CMV, schimmel.

Er zijn twee diagnostiek panels beschikbaar:

  • Panel “Leukemie”:  gericht op bacteriën en schimmels bij neutropene patiënt
  • Panel “SCT”: gericht op bacteriën, schimmels en opportunistische infecties zoals CMV, PJP bij patiënten post-SCT of specifieke cellulaire immuniteitstoornis anderszins

Liquor

Inzetten bij verdenking meningitis en/of encefalitis.

Diagnostiek is afhankelijk van indicatie, afwijkingen bij beeldvorming en immuunstatus van de patiënt:

  • Algemeen bacterieel, inclusief Listeria
  • Algemeen schimmel en gisten
  • Virale verwekkers:
    • Herpes virussen: HSV, VZV, HHV6, CMV, EBV
    • Enterovirussen
    • Adenovirus
    • JC virus
  • Cryptococcen antigeen

 

Ga terug naar de Infectieprotocol homepage of lees meer over het infectieprotocol:

Ga terug naar de homepage Behandelprotocollen.