Algemeen


Deze pagina bevat algemene informatie voor de hemaferse-arts. 

De taken en verantwoordelijkheden van de hemaferese-arts bij specifieke hemaferese procedures staan op aparte pagina's beschreven:

Documentatie

Procedures en logistiek


Bereikbaarheid hemaferese afdeling

De hemaferese afdeling is geopend op werkdagen. Buiten kantooruren is er voor acute hemaferese procedures een (bereikbaarheids)dienst ingesteld.

Zie Bereikbaarheid voor contactgegevens en nadere toelichting.

Type procedures

  • Plasmaferese
  • Cytafereses:
    • Stamcelaferese bij patiënten en verwante en onverwante donoren
    • Lymfocytenaferese t.b.v. donor lymfocyten infusie (DLI)
    • Monocytenaferese t.b.v. dendritische cel (DC) therapie
    • Therapeutische cytaferese

Indicatiestelling

  • De indicatie voor een hemaferese procedure dient altijd te worden overlegd met de hemaferese-arts en buiten kantooruren met de dienstdoende hematoloog
  • De indicatiestelling voor plasmaferese en erytrocytenaferese dient altijd te worden overlegd met het medisch hoofd hemaferese

Planning

  • Stamcelafereses vinden meestal plaats in de ochtend en alleen op werkdagen. Bij plasmafereses wordt de indicatie nogal eens met spoed gesteld
  • Zie Hemafereselijst voor de (voorlopige en definitieve) aanmeldingen voor stamcel-, lymfocyten- en monocytenafereses. Opmerkingen:
    • Deze lijst wordt beheerd door de verpleegkundig consulent hematologie
    • Bij een definitieve aanmelding zijn de uitslagen van virusserologie (conform JACIE eisen) goed bevonden en is er door patiënt / donor een toestemmings­verklaring voor in bewaring nemen van stamcellen ondertekend
    • De datum van een cytaferese wordt adhoc gepland (bij patiënten die een mobilisatie­kuur ondergaan - is afhankelijk van het aantal circulerende CD34 positieve cellen) of is van te voren gepland (stamcelcollectie bij donoren, lymfocyten­aferese t.b.v. DLI, monocyten­aferese t.b.v. DC therapie) 
  • Bij een beperkt aantal patiënten met een homozygote vorm van familiaire hyper­cholesterolemie wordt met een DALI systeem van Fresenius een tweewekelijkse procedure uitgevoerd. Het betreft een adsorber techniek waarbij LDL-cholesterol wordt gebonden aan een kolom, waarna het geabsorbeerde bloed wordt teruggegeven aan de patiënt (verantwoordelijkheid bij afdeling Dialyse / medisch hoofd afdeling Dialyse)

Overlegvormen

  • Dagelijks overleg:
    • Hemaferese-arts en hemaferese afdeling maken afspraken over de planning
    • Tijdens de opleiding wordt geadviseerd om met de hemaferese medewerkers mee te kijken naar de opbouw en werking van een procedure met een centrifuge cel scheider
  • Driemaandelijks overleg:
    • Deelnemers: medisch hoofd hemaferese, hemaferese-arts, hemaferese medewerkers, verpleegkundig consulent hematolofie (volwassenen)
    • Agendapunten: mededelingen, beleid, logistiek, bijwerkingen en actiepunten
  • Kernteamoverleg SCT:
    • Dit overleg wordt bijgewoond door het medisch hoofd hemaferese
    • Agendapunten: transplantatieprogramma voor de komende weken, bijwerkingen

Veneuze toegang


Het is belangrijk vooraf goed geïnformeerd te zijn of de patiënt / donor goed is aan te prikken. Over het algemeen kan de patiënt / donor aangeprikt worden via twee venae antecubiti. Terugvoer kan eventueel plaatsvinden via een onderarms-vene.

Specificaties:

  • Aanvoer: Nexiva diffusics venflon (BD - 18 G), Nipro safetouch fistula naald (17 G)
  • Terugvoer: Nexiva diffusics venflon (BD - 18 G), groene venflon (18 G)

Gebruik centraal veneuze kathether (CVK) bij slechte veneuze toegang
 
Bij patiënten/donoren met slechte veneuze toegang, wordt gebruik gemaakt van een centraal veneuze katheter (CVK). Bij voorkeur wordt een femoraliskatheter ('high flow') ingebracht, omdat dan na het inbrengen geen radiologische controle nodig is.

Wanneer patiënt / donor afhankelijk is van een CVK, deze laten inbrengen door één van de hematologen / doorstromers hematologie die daartoe bevoegd zijn of de physician assistant die daar aangetoonde ervaring mee heeft. Een lijst van deze personen is aanwezig op de hemaferese afdeling. Controle van adequate positie dient middels bloedafname te zijn vastgelegd. Bij volwassenen wordt de volgende CVK gebruikt:

  • Joline high flow double lumen ST (femoralis) catheter, 11 french, lengte 150 mm

Beleid bij verwijderen CVK: 

  • Bij een stamcelaferese met 'standaard volume' (<12 liter 'processed volume'): verwijder vanwege het gebruik van anticoagulantia (ACD-A) de katheter minimaal 1 à 2 uur na beëindiging van de procedure (nadat voldoende stamcellen zijn geoogst)
  • Bij een stamcelaferese met 'large volume' (meestal bij donoren voor allogene SCT en of bij ‘poor mobilizers’) wordt om het gebruik van het anticoagulans ACD-A te beperken, tevens nadroparine gebruikt. In dat geval wordt de patiënt / donor een nacht ter observatie opgenomen op verpleeg­afdeling E00 (de hemaferese arts regelt de opname). Bij oogst van voldoende stamcellen wordt de katheter de volgende ochtend verwijderd
  • Bij een plasmaferese procedure, waarbij gewisseld wordt met albumineoplossing: verwijder de kathether (of plan ingreep) minimaal 24 uur na beëindiging van de procedure, vanwege (tijdelijke) depletie aan stollingsfactoren (met name fibrinogeen). Wanneer er vlak na de procedure toch een ingreep met kans op bloeding is geïndiceerd, kan gebruik van vers plasma (FFP) als vervanging vloeistof overwogen worden